De waarheid over Harry Mulisch

Mijn gewaardeerde collega-ombudsman Sjoerd de Jong breekt zich vandaag de hersenen over de vraag wat moreel en ‘stijlcode-technisch’ het ‘juiste moment’ was om de dood van Mulisch wereldkundig te maken. Met de overmatige aandacht voor deze pseudo-journalistieke non-discussie onderstreept De Jong eens te meer dat het bij NRC al lang niet meer gaat om de kwaliteit van nieuws en berichtgeving zelf, maar louter nog om formalistische kwesties van timing, vorm, toon, foto’s, lettertypes, leestekens, anglicismen en meer zaken die in feite nergens over gaan en de lezer al helemaal geen reet interesseren.  Wat de lezer wel zou interesseren -een eerlijke analyse van de betekenis van Mulisch voor de Nederlandse letterkunde- biedt NRC niet. De krant blijft steken in opportunistische en volstrekt betekenisloze hagiografie in de beste traditie van de Byzantijnse sycofanten. Maar waar stond Mulisch werkelijk?

Laten we voorop stellen dat Mulisch een goede schrijver was. Mooie boeken. Hij wist ook zeker waar hij het over had. Dat weet ik uit eigen ervaring, want als student in de Klassieke Taal- en Letterkunde zag ik Mulisch bij tijd en wijlen hard studeren op een van onze studiezalen aan de Oude Turfmarkt. Maar een echt groot schrijver in de lijn Houellebecq – Thomas Mann – Tolstoj – Couperus – Konrad (die categorie) was hij zeker niet. Zelfs in vergelijking met zijn ‘first class generatiegenoten’ Reve en Hermans legt Mulisch het af. Dat heeft alles te maken met het feit dat die eerste twee veel authentieker waren als persoonlijkheden en ook veel controversieler waren in hun werk. Om een echt groot schrijver te zijn is het een vereiste een bepaalde mate van recalcitrantie te hebben, van verzet tegen ‘het systeem’ en moet je minimaal een periode in je carriere worden ‘verketterd’ door het establishment zoals bijvoorbeeld Houellebecq. Voor Reve en Hermans geldt dit in hoge mate. Hermans Onder Professoren was een directe provocatie tegen het systeem en Reve dreef de policor-elite voortdurend tot waanzin: was het niet door zijn provocerend gekokketeer met de homo-erotische levensstijl, dan toch met zijn religieuze provocaties. Niets van dat alles bij Mulisch die reeds in de jaren ’60 kritiekloos meeliep met de toenmalige ‘intellectuele elite’ die tirannen als Castro en Mao vereerde. Vervolgens ‘kapitaliseerde’ hij als een ware opportunist zijn pseudo-Joodse roots door zich te prostitueren als ‘oorlogs-specialist’ en Nazi-criticaster. Opnieuw: geen slechte boeken hoor, Het Stenen Bruidsbed en De Aanslag, absoluut verdienstelijk, maar opportunistisch, mee-liftend op maatschappelijke bewegingen en trends. Niet geniaal dus, niet gedurfd. In feite is Mulisch een fake-persoon die zich -wellicht mede op instigatie van zijn op geld en succes beluste uitgever Robert Ammerlaan- als een kameleon aanpaste aan wat ‘maatschappelijk wenselijk’ werd geacht, tot zijn zorgvuldig gecreerde imago van homme fatale aan toe. Alleen al uit het contrast tussen het met geld, champagne en decadentie overspoelde leven van Mulisch en de getourmenteerde worstelingen van Reve en Hermans blijkt dat die laatste twee veel dichter bij het authentieke schrijverschap stonden dat de opportunistische charmeur uit Haarlem.

  • By AIRVD, 2 november, 2010 @ 9:30

    Ik heb me nooit verdiept in Harry Mulisch maar het beeld dat je hier schetst komt overeen met het beeld dat ik van Harry Mulisch had.

Other Links to this Post

WordPress Themes