EINDELIJK: EINDE OPERTTE-RAAD JOURNALISTIEK

CORRUPTE MSM-FOP-RAAD [BEZOEK JDTV] STERFT VERDIENDE DOOD * WERDEN MARIKO PETERS EN NURTEN ALBAYRAK DE RAAD TE VEEL? * VICTOR LEBESQUE EXIT, GOUDEN HANDDRUK? * RAAD KON NOG NET IN OPDRACHT VAN DEMMINK EN FRISO DE VAATSTRA-ZAAK REGELEN

Hierboven een verslag van de zwanenzang van de Raad tegen de Journalistiek: de zaak-Mariko. Als ‘nageboorte’ van deze zaak was er nog de zaak-Albayrak maar die interesseerde in feite niemand meer. Het perspectief van corrupte en falende politici die via ‘hun Raad’ -want door hun betaald, met geld van het volk, dat wel, maar zo zijn politici- proberen hun wandaden en plunderingen ‘wit te wassen’ werd zelfs voorzitter Victor Lebesque te veel. Hieronder de door decennia lange staatssubsidie verwrongen hersenspinsels van secretaris Daphne Koene:

Het valt niet te ontkennen dat de Raad zich momenteel in roerige tijden bevindt. Nu de termijn van de tijdelijke OCW-subsidie is verstreken – van het ‘dichtdraaien van een geldkraan’ is dus geen sprake – spant de Stichting Raad voor de Journalistiek zich in om via andere wegen het huidige jaarlijkse budget te kunnen handhaven.

De subsidie van OCW is destijds verstrekt om de Raad in staat te stellen de mede door de mediasector gewenste verbeteringen in gang te zetten. Zowel OCW als de Stichting waren van mening dat na afloop van de subsidietermijn de sector zelf zou moeten zorgen voor een gezonde financiële positie van de Raad. Om dat nu te kunnen verwezenlijken werkt de Stichting aan een evaluatie van de vernieuwingen die de afgelopen 2,5 jaar zijn aangebracht.

Op korte termijn zal een overleg worden gepland, waarin met een groot aantal belanghebbenden uit de mediasector zal worden gediscussieerd over de toekomst van de Raad. Daarbij zullen zeker een aantal van Joustra’s suggesties aan de orde komen. Vooruitlopen op de mogelijke uitkomsten van die discussie is niet opportuun. We komen hier te zijner tijd uiteraard uitgebreid op terug. Daarom nu slechts een paar kanttekeningen bij de opmerkingen van Joustra.

Joustra doet voorkomen dat de Raad in de afgelopen jaren een juridisch orgaan is geworden. Hij verliest uit het oog dat zowel het voorzitterschap als de secretarisfunctie al sinds de oprichting van de Raad door juristen worden vervuld. Niet omdat de Raad een juridisch gedachtegoed nastreeft, maar omdat de procedurele kant van de klachtenprocedure bij de Raad – net als procedures bij andere zelfreguleringinstanties – nu eenmaal vergelijkbaar is met een juridische procedure. Met zijn opmerking dat het erop lijkt dat binnen de Raad door deze juristen ‘de dienst zou worden uitgemaakt’ onderschat Joustra de inzet en vooral de mondigheid van de leden van de Raad, die voor de helft uit journalisten bestaat. Zij zorgen ervoor dat in de uitspraken van de Raad de journalistiek-ethische overwegingen – die de grondslag van de beslissingen vormen – goed tot uitdrukking worden gebracht. Overigens vraag ik mij af hoe Joustra tot zijn conclusie is gekomen, nu hij voor het laatst in 1998 (!) op een zitting van de Raad is verschenen en er sindsdien slechts 6 uitspraken tegen Elsevier zijn gedaan.

Verder kan uit het stuk van Joustra de indruk ontstaan dat de Raad wordt ‘platgelopen’ door advocaten. Dit is geenszins het geval: nog steeds worden klachten in verreweg de meeste gevallen (ca. 70%) ingediend door de klager zelf en verschijnt deze persoonlijk op de zitting van de Raad.

In 2010 is – op verzoek van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren – in het Reglement voor de werkwijze van de Raad verankerd dat een klager eerst wordt geattendeerd op de mogelijkheid zijn klacht in overleg met de hoofdredactie op te lossen. Bovendien worden partijen inmiddels altijd gewezen op de mogelijkheid van bemiddeling vanuit de Raad gewezen. Hiervan wordt steeds vaker gebruik gemaakt: naast de behandeling van 23 klachten op de zittingen van de Raad, is er ook 5 keer bemiddeld.

Eveneens in 2010 is het zogeheten ‘collectief klachtrecht’ in het Reglement opgenomen. Ruim dertig jaar geleden overwoog de Raad voor het eerst dat een belangenorganisatie namens haar leden een klacht kan voorleggen, nota bene in een procedure die was aangespannen door het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren! Met de verankering van dit klachtrecht is tegemoet gekomen aan de veel gehoorde wens dat de Raad het ‘rechtstreeks belanghebbende’ criterium niet te eng zou moeten hanteren, waardoor de ingang bij de Raad te beperkt zou zijn. Het is niet zo dat de Raad met dergelijke klachten wordt overstelpt. Waarom dit ‘collectief klachtrecht’ een slechte zaak zou zijn, wordt door Joustra niet beargumenteerd.

Tot slot: in de Stichting Raad voor de Journalistiek – die de Raad faciliteert – participeren nog steeds alle overkoepelende mediaorganisaties. Uiteraard nemen zowel de Stichting als de Raad suggesties vanuit het veld over het werk van de Raad ter harte. Dat is immers inherent aan een systeem van zelfregulering. Wij zijn en blijven met de sector in discussie, u hoort nog van ons!

Daphne Koene
Secretaris Raad voor de Journalistiek

WordPress Themes