60.000 belastinggeld voor Next-columnist

Pfeijffer.jpgIlja Leonard Pfeijffer, columnist van NRC Next, kreeg vorig jaar 60.000 Euro van het Fonds voor de Letteren voor een roman en een verhalenbundel (die natuurlijk nog moeten uitkomen?). Dat staat in De Volkskrant van vanochtend in een stuk van Arjan Peters. Dit werpt weer een heel ander licht op de verwevenheid van NRC met de Staat en de macht. Hoeveel andere NRC-gelieerden vullen hun zakken met gemeenschapsgeld naast alles wat ze declareren aan Lux et Libertas en al hun andere inkomsten? Als je zoals Ilja columnist bent bij Next, heb je helemaal geen subsidies meer nodig want je wordt overal voor gevraagd en op gouden establishment-schilden rondgedragen. Hoeveel zou Aaf Brandt Corstius opstrijken uit het letterenfonds? Duidelijk is natuurljk ook dat de ‘maatschappijvisie’ van Ilja die hij in zijn Next-columns naar voren brengt toch wel enigzins zal zijn ingekleurd door de riante staatsvergoeding.

Maar ja, het is natuurlijk de unieke kwaliteit van Pfeijffer’s werk die deze vergoeding moet rechtvaardigen. Pfeijffer die ooit ‘dichter des vaderlans’ wilde worden en vervolgens honderden malen op zichzelf liet stemmen om uiteindelijk op de negende plaats te eindigen? Ach ja, waarom ook niet als je overtuigd bent van je eigen grootheid! Schreef Pfeijffer ook niet dat veelgeprezen ‘Baggerboek’ vol met poep, pies en sex? Goed gezien van Pfeijffer, want met name poepsex is heden ten dage bij uitstek ‘subsidiefahig’; de uitzendingen van Zomergasten gaan immers nergens anders meer over. Volgens mij zag ik Pfeijffer op een foto in een roddelblad een toespraak houden bij het huwelijk van Katja Schuurman in Frankrijk, al weet ik niet zeker of hij het werkelijk was… If yes, weer briljant gezien van Pfeijffer, die synthese tussen high en low culture…. Volgens mij krijgen NRC-mensen ook nog kilo’s geld uit het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten… Ik weet toevallig dat Henk Hofland en Tom Roodduijn daar ooit een ton hebben aangevraagd. Help! NRC heult niet alleen met de AIVD, ze plunderen daar ook onze belastingcenten!
Ben ik nu weer gefrustreerd en rancuneus omdat ik nooit wat krijg uit de gemeenschapsgelden-suikerpot? Absoluut! De dichter Jan Kal schreef reeds in 1994 het volgende gedicht:

‘t Fonds voor de Letteren is echt niet pluis
Het twintigste verzoek dat ik ze zond
is afgehandeld: in ‘Het Schrijvershuis’
wees bijna elke duim weer naar de grond.

Mijn werk hoort blijkbaar in ons land niet thuis.
Het Fonds lijkt wel de Soviet-Schrijversbond:
het maatschappijveranderend gespuis
vreet zich aan onze staatsruif kogelrond.

Dit quasi-solidair bevrijdingsfront
-een kwart eeuw lang de klauwen in de kluis-
ontneemt me zelfs de kruimels uit de mond.

Ik krijg al twintig jaar, niet per abuis,
geen ‘basisbeurs’ (drie maanden). Een affront!
Doe er wat aan, beoogd minister Nuis.

  • By Micha Kat, 25 augustus, 2006 @ 14:18

    Door Pamela Hemelrijk
    Aad Nuis: Letterenfonds doet niemendal voor hongerige dichter Kal
    HET FONDS VOOR DE Letteren staat op zijn achterste benen:
    staatssecretaris Nuis heeft het gewaagd persoonlijk een goed woordje te
    doen voor de hongerige dichter Jan Kal. Hij heeft zich, met andere
    woorden, een oordeel aangematigd over de literaire mérites van de
    armlastige poëet. En dat mag niet, zoals u weet. Kijk nou eens; wij
    slaan van de weeromstuit ook al aan het rijmelen.
    Kal viel in 1991 om hem onduidelijke redenen in ongenade bij het
    Fonds voor de Letteren; al zijn aanvragen voor financiële
    ondersteuning werden bruut afgewezen. De dichter sublimeerde zijn
    frustratie in een cyclus scheldsonnetten, waarin hij al zijn
    verbittering in fraaie bewoordingen op papier smeet. Leed is de beste
    inspiratie, dat is algemeen bekend. In maart 1995 richtte hij zich, in
    zijn nieuwe bundel Het Schrijvershuis, tot Aad Nuis:
    ‘t Fonds voor de Letteren is echt niet pluis.
    Het twintigste verzoek dat ik ze zond
    is afgehandeld: in Het Schrijvershuis
    wees bijna elke duim weer naar de grond.
    Mijn werk hoort blijkbaar in ons land niet thuis.
    Het Fonds lijkt wel de Sovjet-schrijversbond:
    het maatschappijveranderend gespuis
    vreet zich aan onze staatsruif kogelrond.
    Dit quasi-solidair bevrijdingsfront
    – een kwart eeuw lang de klauwen in de kluis –
    ontneemt me zelfs de kruimels uit de mond.
    Ik krijg al twintig jaar, niet per abuis,
    geen ‘basisbeurs’ (drie maanden). Een affront!
    Doe er wat aan, beoogd minister Nuis.
    De ontroerende lyriek raakte een gevoelige snaar bij de
    literatuurminnende politicus. Toen hij het eenmaal tot staatssecretaris
    geschopt had zag hij dan ook zijn kans schoon. Omdat een
    staatssecretaris zich nu eenmaal niet mag bemoeien met de toekenning van
    subsidies, althans niet en détail, pakte hij het anders aan. Bij
    het dertigjarig jubileum van het Fonds, in oktober j.l., besloot hij
    zijn rede als volgt:
    Waarom toch zo onaardig tegen Kal?
    De man schrijft onverzettelijk sonnetten
    op eigen wijs, maar trouw aan alle wetten.
    Wat doet het Fonds? Het Fonds doet niemendal.
    Hoe snijdend en hartbrekend klinkt zijn klagen!
    Heeft dan het Fonds geen hart, heeft het geen oor?
    Doe er iets aan, Nuis, hoorde ik hem vragen,
    Daar heb ik een staatssecretaris voor.
    Maar wie ben ik? Moet ik geweld gebruiken?
    Het Fonds de laan uitsturen om een lied?
    Dat zou toch sterk naar dictatuur gaan ruiken!
    Nee Jan; ik pak mijn oude lier en giet
    mijn klacht eruit: Fonds, Heerser van het Al,
    Wees toch niet zo hardvochtig tegen Kal!
    De sonnetvorm is niet helemaal correct, zoals u ziet. Hier manifesteert
    zich het verschil tussen de professional en de amateur. Maar voor een
    politicus is het toch zeer verdienstelijk, laten we wel wezen. Uit
    nauwlettende close-reading van het gedicht rijst voorts het vermoeden
    dat Nuis zich afvraagt of de traditionalisten bij de staatsruif wel
    voldoende aan hun trekken komen. Kortom: krijgt Kal wellicht steeds de
    kous op zijn kop omdat zijn gedichten rijmen?
    Staatscommissies lijden nou eenmaal aan een fixatie op Grensverleggen en
    Vernieuwen, dat is algemeen bekend. Niet voor niets heeft Nuis in zijn
    cultuurnota van juli j.l. gesignaleerd dat al die subsidieverstrekkende
    organen zich een ‘smaakmonopolie’ hebben toegeëigend, waardoor ‘een
    verschraling’ dreigt van de ‘artistieke verscheidenheid’.
    Hoe dan ook; het Fonds voelt zich danig in zijn kruis getast, naar het
    schijnt. Het heeft meegedeeld dat Nuis met zijn poëtische
    uitbarsting ‘te ver’ is gegaan. Nou ja! Heeft de kunstwereld eindelijk
    een keer een sonnetten dichtende staatssecretaris, en nou is het weer
    niet goed! En deze Batavus Droogstoppels moeten in dit land uitmaken wat
    literair is?
    Het Fonds voor de Letteren, over een en ander aan de tand gevoeld, gaat
    onmiddellijk in de aanval: het geval wil dat Kal, op het moment dat Nuis
    zijn sonnet declameerde, juist voor het eerst in vier jaar weer een
    schamele aalmoes toegeworpen had gekregen. (Drie maandeenheden van 4650
    gulden om precies te zijn, met een proeftijd van één jaar.
    Ze vertrouwen hem blijkbaar voor geen cent; alle andere begunstigden
    worden slechts eens in de drie jaar aan een her-evaluatie onderworpen.
    Bovendien krijgen zij als regel veel meer centen.)
    Nuis had, kortom, zijn huiswerk niet gedaan, zoals sommige akelige
    mensen dat plegen uit te drukken. Bovendien, bezweert Pieter-Jan van der
    Veen, beleidsmedewerker van het Fonds, liep het met de miskennning van
    Kal niet zo’n vaart als de scheldsonnetten suggereren. De dichter heeft
    zich volgens hem in zijn poëtische vervoering tot zogenaamde
    ‘hyperbolen’ laten verleiden.
    “Hij is gedebuteerd in 1974”, murmelt Van der Veen, bladerend in de
    leggers, “en hij heeft van 1975 tot 1990 subsidie van ons gekregen.
    Daarna is hij een beetje ingezakt. Maar we zijn blij dat hij uit onze
    afwijzingen zoveel artistieke inspiratie heeft geput. De subsidie voor
    1995 is een blijk van appreciatie van zijn nieuwe bundel Het
    Schrijvershuis, die in hoge mate de haat van de dichter jegens het Fonds
    voor de Letteren tot onderwerp heeft.”
    “Nou nog fraaier!”, briest de getergde dichter. “Gaan ze ook nog de
    eer opeisen! En ijskoud beweren dat ik niks te klagen heb! Ik kan zwart
    op wit bewijzen dat ze me afschepen met een paar kruimels! Het staat
    exact weergegeven in mijn sonnet Onthullende werkbeurscijfers 1976-1994!
    Lees maar!”
    Het Fonds hanteert voor ‘t negentiende jaar een maandeenheid-systeem dat
    loopt tot twaalf.
    H.C. ten Berge kreeg, voor smokkelwaar:
    12, 12, 12, 12, 12, 12, 12, 12, 12, 12,
    12, 12, 12, 12, 12, 12, 12, 12 en 12.
    Jacques Hamelink, asceet in kemelhaar:
    12, 12, 12, 12, 12, 12, 12, 12, 12, 12,
    12, 12, 12, 12, 12, 12, 12, 12, 12. Raar.
    Jacq Vogelaar kreeg voor zijn diarree:
    12, 12, 12, 12, 12, 12, 12, 12, 12, 12,
    12, 12, 12, 12, 12, 12, 12, 12 en 12.
    Kal: 2, 2, 1, 2, 2, 2, 1, 2, 2,
    2, 1, 2, 2, 2, 1, 0, 0, 0, 0.
    ‘t Wordt me betaald gezet wat ik onthul.
    Eigenaardig dat het Fonds voor de Letteren niet houdt van Kal. Normaal
    zijn subsidie-commissies toch zo verzot op politiek engagement?
    Foto: 1. Jan Kal verpakte zijn verbittering in scheldsonnetten.
    Foto Arbeiderspers, 2. Aad Nuis: wees toch niet zo hardvochtig tegen
    Kal. Foto Dijkstra

  • By F.W. Voigt, 26 augustus, 2006 @ 16:30

    Zo zo. Mijnheer Pfeijffer graait heel behoorlijk uit ‘s Rijkssubsidieruiven en heeft er daarmee groot persoonlijk belang bij dat deze verder bijgevuld worden met jouw en mijn belastinggeld. Het zou mij dan ook niets verbazen als hij de komende maanden zijn column in NRC Next gaat gebruiken om Wilders, Pastors en andere belastingverlagers als ‘bedreigend’ af te schilderen…..

    Goed bezig, NRC-Next.

    Pfeijffer daarentegen is een slimme man. Hij maakt voor zijn eigen plezier een product waar mensen geen geld voor over hebben maar door bij de juiste loketten te klagen krijgt hij absurde bedragen mee om door te gaan met zijn prive-pleziertjes.

    Ik geef toe: ik ben gewoon jaloers. Ik wil ook geld krijgen van de overheid voor mijn hobbies in plaats geld te betalen aan de overheid in de vorm van belasting.

  • By Ilja Leonard Pfeijffer, 27 augustus, 2006 @ 12:57

    Als aanvulling op het bovenstaande, wellicht ten overvloede, vier punten:

    1. Bovengenoemde subsidie betreft het totaalbedrag voor een werkbeurs van drie jaar.

    2. Het Fonds voor de Letteren hanteert een regide inkomensgrens. Wie een belastbaar inkomen heeft dat hoger is dan 45000 euro op jaarbasis, komt niet in aanmerking voor subsidie. Wie inclusief subsidie meer verdient dan dat bedrag, moet het overschot terugstorten aan het Fonds.

    3. Het schrijven van een wekelijks columpje van 350 woorden voor nrc.next is een genoegen, maar verre van lucratief.

    4. Er is geen enkel verband tussen NRC en het Fonds voor de Letteren.

  • By F.W. Voigt, 27 augustus, 2006 @ 17:39

    Een soort van Vlaamse tegenhanger van dit weblog – een journalist die een weblog gebruikt om gedrukte media kritisch te volgen – is dat van Luc van Balberghe.

    Zie http://www.vrijvanzegel.net/blog/

    Hij meldt dat er partijen in België zijn die een ‘rechtse’ krant gaan introduceren in het zeer sterk ‘links’ georiënteerde media-landschap in België.

    NRC Next had in het zelfde gat kunnen springen in Nederland. Maar nee, de krant moet koste wat het kost gevuld worden met de overbekende progressieve commentaren van Ilja Pfeijffer cum suis.

    Geen winst willen maken is een keuze.

Other Links to this Post

WordPress Themes