Viervoudige klacht tegen NRC bij de Raad

Betreft: klacht tegen F. Jensma/NRC Handelsblad

Amsterdam, 11 januari 2005

Bij deze brief dien ik een klacht tegen (de hoofdredacteur van) NRC Handelsblad.

In NRC Handelsblad van Zaterdag 31 december 2005 & Zondag 1 januari 2006 stond op pagina 14 een bijdrage onder de kop Lezersvragen over de krant in 2005 (productie 1). In dit stuk ging hoofdredacteur F. Jensma uitgebreid in op vragen over de krant van Boris de Munnick die werd voorgesteld als ‘lezer’. De Munnick wordt in een kader als volgt geciteerd: “Ik lees de NRC sinds mijn studie, vermoedelijk 1987 of 1988.” Bij antwoord op een van de vragen van De Munnick zegt F. Jensma: “Het aantal voorlichters neemt toe, tegenwoordig vaak aangeduid als ‘communicatiedeskundige’. Maar dat is meestal niet uit een behoefte het publiek te dienen, maar eerder in het belang van instelling of organisatie.”


Klacht 1
Dit deel van de klacht richt zich op het volgende. Boris de Munnick blijkt zelf voorlichter te zijn, van het Rijksmuseum in Amsterdam (productie 2). Dit wordt niet aan de lezer kenbaar gemaakt. Door zich tegen een voorlichter die voor de lezer niet als zodanig herkenbaar is te beklagen over de toename van het aantal voorlichters maakt Jensma zich schuldig aan bedrog van de lezer en overschrijdt daarmee de grenzen van wat journalistiek betamelijk is.

Klacht 2
Daar komt nog bij dat er commerciele banden bestaan tussen de NRC en het Rijksmuseum. Zo organiseren NRC en het Rijksmuseum relgelmatig samen fototentoonstellingen (productie 3) die vaak ook worden afgedrukt in het magazine van de krant. Daar weer naast blijkt F. Jensma ook nog eens met de directeur van het Rijksmuseum R. de Leeuw in het comite van aanbeveling te zitten van de Stichting Letterenstudie en Loopbaan (productie 4). Tenslotte is Boris de Munnick minimaal drie keer geinterviewd in NRC Handelsblad in zijn hoedanigheid als voorlichter/woordvoerder van het Rijksmuseum (produkties 5, 6 en 7). Door deze frequente en intensieve banden tussen NRC en de Munnck/Rijksmuseum maakt F. Jensma zich ook schuldig aan lezersbedrog door de Munncik op te voeren als gewone ‘lezer’. Immers krijgt de argeloze werkelijke ‘gewone’ lezer de indruk dat de Munnick (het als hij of zij zelf) slechts als lezer een band heeft met NRC en derhalve onbevooroordeeld als lezer over de krant kan oordelen, terwijl de Munnick in werkelijkheid ook commerciele contatcten met NRC onderhoudt. Door de Munnick nadrukkelijk en in strijd met de waarheid op te voeren als gewone ‘lezer’ overschrijdt F. Jensma de grenzen van hetgeen journalistiek betamelijk is. Dat het bij de klachten 1 en 2 gaat om een misstand van belang blijkt uit de aandacht die de officiele website van de NVJ aan deze zaak besteedde (productie 8 ).

Klacht 3
In het artikel in kweste zegt Jensma als antwoord op een vraag van de Munnick over de ontwikkeling van de oplage over de losse verkoop: “Losse verkoop door de week is voor een middagkrant die om vijf uur in een winkel ligt die om zes uur sluit altijd een bescheiden kanaal geweest.” Hier geeft F. Jensma de lezer ten derden male willens en wetens onjuiste informatie die hij in dit geval ‘nodig heeft’ om de teleurstellende losse verkoopcijfers ‘te verkopen’. Elke Nederlander die wel eens voet buiten de deur zet weet immers dat NRC Handelsblad niet om 5 uur wordt aangeleverd, maar tussen drie en vier uur. Daarnaast is het absurd dat F. Jensma stelt dat de losse verkooppunten om 6 uur sluiten. De belangrijkste punten, de AKO-winkels op de stations, zijn tot minimaal 9 uur ’s avonds open maar dat geldt ook voor de vele losse verkooppunten zoals de supermarkten in de steden. Welke winkels sluiten tegenwoordig nog om 6 uur? Door deze foutieve voorstelling van zaken door nota bene de hoofdredacteur zelve overtreedt F. Jensma hetgeen journalistiek betamelijk is.

Klacht 4
In het artikel zegt F. Jensma tevens: “Voelen we het lopende nieuws nog goed aan? Was de uitslag van het grondwetreferendum voor lezers die de krant volgden een verassing? Ik durf de stelling aan dat we de scepsis tijdig lieten zien en de lezers dus goed voorbereidden.” Deze uitspraak is verbluffend te noemen gezien het feit dat NRC Handelsblad een in eigen opdracht uitgevoerde enquete naar de mening van het Nederlandse volk zodanig heeft gemanipuleerd dat de krant op 20 september 2003 kon openen met de kop ‘meerderheid voor de grondwet’. De manipulatie is nota bene door Jensma zelf toegegeven. Dit alles wordt verduidelijkt in de producties 9 en 10. Door -opnieuw- geheel in strijd met de waarheid te verklaren dat NRC ‘de scepsis tijdig liet zien’ handelt F. Jensma in strijd met hetgeen journalistiek betamelijk is.

Ontvankelijkheid
Klager M. Kat heeft een boek geschreven met als titel Lux, Libertas en Leugens. Hierin stelt hij dat Jensma met de regelmaat van de klok zijn lezers willens en wetens bedriegt. Tevens onthult hij in dit boek de manipulatie van de enquete over de Europese grondwet. Ook de banden van de krant met externe belanghebbende partijen (zoals het Rijksmuseum in deze klacht) vormt een kern van de aantijgingen van Kat aan NRC Handelsblad. Zie de produkties 11 en 12. Uit het feit dat Kat zowel als journalist als ook (en daardoor) persoonlijk sterk betrokken is bij de kwaliteit van de journalistiek van NRC Handelsblad vloeit automatisch voort dat hij ontvankelijk is voor behandeling van zijn klaagschrift.

WordPress Themes